Wij kunnen alles en nog alles tegelijk ook

We zijn verpleger, glasblazer en tuinder. We zijn timmerman, marktonderzoeker, pedicure. We zijn reclamejongen, trouwfotograaf, IT’er, fietskoerier, interim directeur. We zijn weerman, huisbaas, butler, diëtist, loodgieter, TV-maker, wandelgids. We zijn jurist en jazzpianist, schilder, taxichauffeur, stukadoor, meubeldesigner, influencer, stuntman, journalist en medisch specialist.

We zijn glazenwasser, management consultant, tegelzetter, grondwerker, sexwerker, portier en content maker. We zijn dameskapper en masseur, filmer, kunstenaar, hondentrimmer, lifestyle coach en schoonmaker. We zijn ook nog altijd klompenmaker en ijzersmeder en natuurlijk zijn we nu ook al AI prompter. Nog iemand vergeten? Vast wel, want wij van de ZZP doen alles wat je maar kunt bedenken in deze wereld.

Als Wij van de ZZP eens een paar dagen zouden denken: “Jongens, probeer het een even zonder ons”, dan kan de rest van Nederland maar beter hopen dat ze genoeg eten en toiletpapier in huis hebben. Dan valt alles stil. Dan vallen overal de gaten in alles waar de gaten in kunnen vallen. In de zorg, logistiek, IT, bouw, kassen, schoonmaak, onderhoud, bezorgdiensten, in alle mogelijke dienstverlening die normaal gezien het land een beetje gaande houdt. Niemand kan ons missen, laten we daar niet te bescheiden over doen.

Juist die veelzijdigheid die wij van de ZZP het land te bieden hebben maakt het des te vreemder dat onnoemelijk veel bedrijven en overheden toch altijd iets blijven hebben van: “ZZP’er, jij zijn zo bijzonder niet, voor jou tien anderen’. Even los van het drama over schijnzelfstandigen (alle opdrachtgevers in de war en meteen alle ZZP’ers zonder klussen), in principe is het al een behoorlijke tijd andersom: voor elke opdrachtgever tien andere. Alle bedrijven moeten groeien, maar zonder handjes gaat dat niet lukken. Nog vreemder is het dan ook dat ze ZZP’er toch nog blijven zien als iemand die blij zal zijn met een aalmoes.

Dat merken we dan aan het eindeloos proberen het tarief van een ZZP’er naar onderen bij stellen. En als dat niet lukt wordt er prompt meer van ons geëist dan van de gemiddelde loonslaaf op dezelfde werkvloer. Hert heeft altijd iets van: ‘Julie ZZP’ers kosten me geld, dus dan werk je er maar een paar tandjes harder voor’. Dat zullen ze nooit hardop zeggen, maar wij weten wel beter. Maar zitten we ermee? Dat is het wezenlijke kenmerk van ZZP’ers: wij zitten eigenlijk nergens mee. We halen er onze schouders over op en doen gewoon lekker ons ding. Klagen, dat is voor anderen.

Denk even aan dat miljoenenleger van kantoor- en andere papiershuffelaars in Rijks- , Provincie- of Gemeentedienst. Stel dat de duizenden chefjes daar van hen zouden eisen wat elders in het land van ZZP’ers gevraagd wordt; de wereld zou te klein zijn. Ze zouden al heel rap huilend aan de bel hangen bij de ambtenarenvakbond en voor je het weet staat de hele bende dan weer snel met rode petjes en fluitjes op het Malieveld. Minder werkdruk, hoger salaris – iedereen met een beetje gezond verstand zou zeggen dat dan allen kan in Luilekkerland en niet in een normale Westerse maatschappij. Maar ja, voor gezond verstand moet je niet bij de politiek zijn.

Hoge werkdruk is een serieus probleem voor wie in de zorg werkt, of in de bouw of in de postbezorging of in de reclame. Het moet morgen af, kun je vanavond nog door, heb je dit weekend nog tijd, sorry het is wat meer werk geworden dan we dachten, morgenochtend om 07.30 een call, lukt dat? Enzovoort en zo verder. De druk staat er bij ons altijd op, we weten niet beter en we halen onze schouders er over op. We kunnen dat, we nemen het zoals is. Onze keuze, onze keuken, onze hitte.

Daarom kijken we soms meelijwekkend naar bijvoorbeeld die alsmaar verder uitdijende ambtelijke sector. Daar passen ze rustig de werkdruk naar beneden aan. Daar kan er altijd wel een weekje bij voor een of andere aanvraag van een burger afgevinkt wordt. En als dat dan eindelijk naar een ander afvink loket gemaild is, gebeurt daar hetzelfde. Want ze weten: die burger waar dat formulier over gaat, blijft echt nog wel even wachten. Een weekje langer of een maand langer, dat maakt allemaal zoveel niet uit. Er moet ook nog een ochtendkrant gelezen worden (ze noemen dat zelf: stukken lezen) en jongens wat is dat interdepartementaal overleg toch gezellig met koekjes bij de koffie en kroketten tussen de middag. Morgen weer een dag, dat motto staat in onzichtbare inkt met koeienetters op alle muren van alle overheidsgebouwen.

Om maar te zeggen: vergelijk dat een met wat wij gewend zijn. Het is eigenlijk niet normaal wat Wij van de ZZP aan werk verstouwen en toch blijven we dat ijskoud doen. De werkdruk van ons is werkdruk van eigen makelij. De druk die wij voelen is de druk die we onszelf opleggen. De drang om het werk dat we doen telkens opnieuw tot in de puntjes uit te voeren. De wil om aan het einde van de dag de deuren van klanten supertevreden achter ons dicht te trekken of ’s avonds de laptop bijna met tegenzin dicht te klappen, zo lekker als het weer ging die dag.

We houden niet van half werk, we houden niet van slabakken, we houden niet van kijken op de klok of het al 1 minuut voor 5 is en de jas alvast aangetrokken kan worden om de vaste file naar huis te halen. Eerst moet af wat we die dag af willen hebben en misschien alvast een stukkie voorbereiding voor morgen, het is voor ons geen moeite en geen item. Wij zijn van ’the extra mile’ omdat het ’the extra mile’ is van werk wat we leuk vinden, wat ons boeit en wat ons leven zin en inhoud geeft. Het maakt niet uit wat het is, we kunnen alles. En dan kennen we dus geen werkdruk. Dan hebben we het gewoon lekker druk.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *